Home > Materiaalpraat > Groot, groter, grootst...
Groot, groter, grootst...
Halve kippen of duimgrote kwartelkuikens? Als Ad Swier de vliegvissende ambassadeur van de ‘vo-lu-me-streamer’ mag heten, die zijn ‘dubbeldekkers’, ‘halve kippen’ en ‘helikopter-snacks’ graag een super-body meegeeft; dan is Paul Blokdijk de stille pleitbezorger van het ‘kwartelkuikentje’, de veelvangende mini-streamer voor aan een vijfje (of zelfs een viertje!). Nu bleek Jan Kamman onlangs overigens de ongekroonde ‘Bugs Bunny’ met een konijnenbont-streamer van een halve meter, waarmee in de weekends tussendoor ook even het plafond gewit kan worden. Groot vangt groot, is hierbij de maatgevende gedachte. Anabolen-Ad gooit diens kippenfarm naar eigen zeggen het liefste met een #10, en dan een Sage RPLXi, waarmee ook terloops achterwaarts gehaakt stamboekvee moeiteloos kan worden overgezet. Selectief zal het vissen met de overmaatse streamer dus zeker zijn. Toch staan de mini-streamers van Paul Blokdijk onder ingewijden bekend als zeer goede vangers. Waarom? Ze werpen heel gemakkelijk en dus heel precies. Ja, net tegen dat randje plompeblad, pal voor dat rietkraagje of precies onder dat brugje. Doe dat met een natte dweil maar eens na. Nauwkeurig vissend op water van een overzichtelijke omvang -zoals stadsweteringen en poldervaarten- houd je het met een streamertje van zegge acht centimeter probleemloos een dag vol en zo vis je dus effectief veel meer water af. Zou grote snoek het ‘kwartelkuikentje’ van Paul versmaden? Vraag dat maar eens aan moedereend. Of aan Paul zelf.


Terug naar Materiaalpraat